Wintertijd, baantijd |
|
Wintertijd, baantijd
Voor de wegrenner en de mountainbiker is het weer de tijd van het nuttig doorbrengen van de winter om volgend seizoen weer fit en goed in vorm aan de start te staan. Ik krijg hier zo veel vragen over dat ik denk dat het nuttig is om aandacht te besteden aan een onderdeel van de wielersport wat heel lang in het verdomhoekje heeft gezeten maar dat, tot mijn grote vreugde, weer springlevend begint te worden: de baan!
De baan Als ik spreek over de baan dan bedoel ik de overdekte wielerbaan, de piste zoals de Belgen zeggen. Er zijn er niet zoveel in Nederland maar tot mijn grote vreugde komen er steeds meer. Apeldoorn is de nieuwste aanwinst en ik denk dat het daar niet bij blijft. Wonende in het zuiden van het land hoop ik natuurlijk vurig dat er “ergens” ten zuiden van Eindhoven een wielerbaan uit de grond gaat worden gestampt. Voor wielrenners en voor mountainbikers is de wielerbaan in de winter een geweldige gelegenheid om deze schitterende tak van de wielersport te beoefenen.
In mijn belevering is er geen betere voorbereiding op een wielerseizoen als rijden op de baan. Dit in combinatie met een gedegen kracht- en stabiliteit oefen programma, zorgt er voor dat je optimaal voorbereid bent voor een nieuw seizoen. Waarom is rijden op de baan zo goed als voorbereiding? Alle facetten van de wielersport komen aan bod; techniek, stuurvaardigheid, snelheid, uithouding, interval, tempo en socialisatie. Met techniek bedoel ik dan vooral het rijden in een grote groep op een relatief klein oppervlak. Dat is op de baan heel erg wennen, er rijden altijd renners om je heen: voor je, achter je, boven je en onder je. Dat vergt niet alleen stuurvaardigheid maar ook concentratie, je moet altijd blijven kijken en opletten.
100+ De snelheid die je in de winter op een baan opdoet komt je meer dan van pas in je weg- of mountainbike carrière. Alle soorten snelheid kun je er oefenen, een 200 meter vliegende start, man-tegen-man sprinten, uit een wiel komend of achter de derny. Fietsend op een baan draai je op een gemiddelde training al snel boven de 100 tpm. Uithouding op een baan leer je als er trainingen worden gegeven die gebaseerd zijn op het type snelheid/duur. Dit zijn trainingsvormen zoals een afvalwedstrijd waarbij iedere 2 ronden de laatste over de streep afvalt. Of een wedstrijd over onbekende afstand waarbij niet alleen snelheid/duur komt kijken maar ook oplettendheid omdat je nooit weet wanneer de laatste drie ronden ingaan. Of de meest “smerige” oefening: een renner een ronde laten pakken boven, langs de ballustrade!
De gemiddelde training op de baan duurt drie uur dus dan wordt de uithouding vanzelf op de proef gesteld. Interval is een van de meest aansprekende trainingonderdelen op de baan. Ideaal om te oefenen en het heeft een groot effect op je als renner. Tijdens een baantraining doe je in feite niets anders als intervallen. Na een oefensessie als bijvoorbeeld een ronde pakken is het weer rusten in de groep tot je weer aan de beurt bent. Hetzelfde geldt als er bijvoorbeeld moet worden gespurt van achteruit de groep (die in een lint rijdt op de dernylijn) bovenlangs naar de koppositie of vanuit bovenin de baan onderlangs de groep naar de koppositie. Allemaal interval oefeningen waarbij tegelijkertijd snelheid wordt geoefend, ideaal.
Tempo wordt er op de baan bijna altijd gereden. Als de groep moet herstellen na een intensief trainingsonderdeel gebeurt dat twee aan twee maar dat betekend wel dat de snelheid redelijk hoog ligt en er een goed tempo moet worden ontwikkeld door de twee renners op kop. Een andere oefening is waarbij de groep start met een basissnelheid van 30 per uur en het tempo moet worden opgevoerd, net zo lang tot de bel gaat of tot er nog maar 1 renner over is, ook hier moet er tempo worden ontwikkeld.
Socialisatie Socialisatie is een onderdeel waar de meeste renners niet aan denken maar de trainers wel! Trainen op de baan gebeurt in een, meestal, grote groep. Deze groep is zo divers als maar zijn kan. Volledig verschillend met welke ander onderdeel van de wielersport dan ook. Als je op de weg traint is dat meestal met collega wegrenners, hetzelfde geldt voor mountainbikers. Maar op de baan rijdt alles en iedereen door elkaar; wegrenners, baanrenners, mountainbikers, dames, junioren, profs, masters etc. dat is het leuke van de baan, je leert iedereen kennen uit een andere categorie of een andere tak van de wielersport.
Grote voordeel daarbij is dat je kunt leren van iemand uit een andere tak van onze sport en dat je dit misschien aan het denken zet over trainen, voeding of voorbereiding. Voorwaarde is wel dat je bereid bent om te leren. Tijdens de herstelperiodes, tijdens de pauzes en bij het omkleden voor en na de training leer je elkaar als mens kennen, wat heel belangrijk is. Op deze manier gaat de prof misschien anders aankijken tegen een master en gaat een wegrenner anders aankijken tegen een mountainbiker. Op deze manier hebben we meer aandacht en respect voor elkaar.
Voor wie Ja, voor wie niet. Inderdaad, als je meer dan een uur van een wielerbaan af woont is het lastig om regelmatig op een baan te rijden. Maar al woon je verder weg ga toch een aantal keer in de winter op de baan fietsen, als is het maar twee of drie keer per maand. De baan is niet alleen voor wegrenners een ideale voorbereiding maar zeker voor mountainbikers. Een aantal mountainbikers traint al op de baan maar in mijn ogen nog veel te weinig. Juist mountainbikers zijn geschikt om op de baan te rijden, ze kunnen een hoog toerental draaien en zijn gewend aan intervallen. Ik ben er van overtuigd dat een aantal top mountainbikers in Nederland meer dan goed op de baan uit de voeten zouden kunnen, sterker nog, ik denk dat ze een aanwinst kunnen zijn voor de Nederlandse baansport. Dus mountainbikers: op naar Sloten, Alkmaar, Apeldoorn of Buttgen. Jan Nak |